×
Nieuwsbrief + Gratis E-Book?
Schrijf je nu in!
We are Online Market of organic fruits, vegetables, juices and dried fruits. Visit site for a complete list of exclusive we are stocking.

Usefull links

Contact us

Blog

Voedselcombinatie theorieën, zin of onzin?

Voorstanders van voedselcombinatiediëten geloven dat verkeerde voedselcombinaties kunnen leiden tot ziektes, de opbouw van gifstoffen en stofwisselingsproblemen. Maar is dit zo?

De theorie achter de voedselcombinatietheorie
De voedselcombinatietheorie gaat uit van de gedachte dat de stofwisseling verstoord raakt door de verkeerde combinatie voedingsmiddelen. De principes van de leer kwamen oorspronkelijk uit de Ayurvedische geneeskunde uit India. De voedselcombinatietheorie werd later weer nieuw leven ingeblazen, met het Hay-dieet. Sindsdien zijn er vele moderne diëten op gebaseerd zoals “Een leven lang fit” en het Montignac dieet. Bij deze diëten worden voedingsmiddelen ingedeeld in verschillende groepen. Meestal bestaat de verdeling uit de verschillende macronutriënten koolhydraten, eiwitten en vetten. Een variant hiervan deelt alle voeding in onder zuur, alkalisch (basisch) of neutraal. Voedselcombinatiediëten geven aan hoe je deze groepen in een maaltijd zou moeten combineren.

Afhankelijk van welke voedselcombinatie theorie je aanhoudt, verschillen de regels. De meest voorkomende zijn;

  • Combineer koolhydraten niet met eiwitten.
  • Combineer koolhydraten niet met zuurvormende voeding
  • Combineer de verschillende soorten eiwitten niet met elkaar.
  • Combineer eiwitten niet met vetten
  • Combineer geen zure voedingsmiddelen met alkalische voedingsmiddelen

De regels voor voedselcombinaties zijn voornamelijk op drie overtuigingen gebaseerd;  
De eerste overtuiging is dat je lichaam niet goed in staat is om de verschillende soorten macronutriënten tegelijkertijd te verteren. Je lichaam zou alles beter en sneller kunnen verteren door bijvoorbeeld koolhydraten en eiwitten apart te eten.

De tweede overtuiging is dat er voor verschillende soorten voedsel verschillende enzymen nodig zijn bij de afbraak en dat die enzymen hun werk doen bij verschillende pH-waardes – ofwel zuurgraad. Het idee is, dat als twee soorten voeding verschillende pH-niveaus nodig hebben, het lichaam niet tegelijkertijd beide soorten kan afbreken.

De derde overtuiging is dat je – vanwege het feit dat verschillende soorten voeding met verschillende snelheden worden verteerd – snel verterend voedsel niet moet combineren met langzaam verterend voedsel, omdat dit zou fermenteren of rotten in je maagdarmstelsel.

Wat zegt de wetenschap?
De regels van voedselcombinaties zijn dus gebaseerd op het idee dat het lichaam niet in staat is om gemengde maaltijden te verteren. Laten we dit eens nader bekijken.

Ten eerste vindt de grootste opname van koolhydraten, eiwitten en vetten op verschillende plekken, met behulp van verschillende enzymen, plaats. Bij het kauwen zorgen de speekselklieren al voor de aanmaak van enzymen voor het verteren van koolhydraten. Als het voedsel je maag binnenkomt, wordt er o.a. maagzuur met pepsine en lipase afgegeven, waardoor de eiwit- en vetvertering opgestart wordt. Vervolgens gaat het voedsel naar de dunne darm. Daar wordt bicarbonaat afgegeven waardoor het maagzuur geneutraliseerd wordt en er worden enzymen vrij voor de vertering en opname van zowel eiwitten, vetten en koolhydraten. Oftewel; je lichaam maakt voor elke macronutriënten specifieke verteringsenzymen aan die worden vrijgegeven op verschillende plaatsen. Je lichaam zal daarom niet hoeven te kiezen tussen het verteren van eiwitten, vetten, of koolhydraten. Het is zelfs zo dat je lichaam er speciaal voor is toegerust om al die dingen tegelijk te doen. (2,3)

Daarnaast is het heel moeilijk om dit in praktijk te brengen omdat er bijna geen voedingsmiddelen zijn die maar één macronutriënten (koolhydraten, eiwitten of vetten) bevatten. Er wordt vrijwel altijd een combinatie wordt gemaakt van koolhydraten, eiwitten en vetten. Groenten en granen zoals brood bijvoorbeeld, worden gezien als koolhydraat-voedingsmiddelen maar ze bevatten ook kleine hoeveelheden eiwitten. Vlees bestaat voornamelijk uit eiwitten, maar zelfs mager vlees bevat wat vet. Zuivel bevat zowel eiwitten, vetten als koolhydraten en ga zo maar door. Je spijsverteringsstelsel zal dus bijna altijd te maken krijgen met het verteren van gemengd voedsel. 

De tweede overtuiging, dat de spijsvertering kan worden belemmerd bij het eten van de foute combinaties omdat het de verkeerde zuurgraad zou creëren voor het goed functioneren van bepaalde enzymen, is ook niet waar. De pH-waarde zegt iets over de zuurgraad, welke tussen de 0-14 kan liggen, waarbij 0 het zuurst is, 7 neutraal en 14 het meest alkalisch. Het is waar dat enzymen een pH-waarde nodig hebben om goed te kunnen werken en dat niet alle enzymen in het spijsverteringsstelsel dezelfde pH nodig hebben. Maar omdat de grootste opname van koolhydraten, eiwitten en vetten op verschillende plekken en met verschillende enzymen plaats vinden hoeft je lichaam dus niet te zorgen voor een zure én basische omgeving op één plek.

Daarnaast zal het eten van voeding die meer alkalisch (basisch) of zuur is, de pH van je spijsverteringsstelsel niet significant veranderen. Je lichaam heeft verscheidene manieren om de pH van elk deel van je spijsverteringskanaal binnen het juiste bereik te houden. Je maag bijvoorbeeld produceert maagzuur om zo tot een pH-waarde van onder de 2 te komen ter bevordering van de enzymen en om schadelijke bacteriën te doden. De zuurgraad in je maag is zo laag, dat de enige reden dat je maagwand zelf niet kapot gaat, omdat die wordt beschermd door een dikke slijmlaag. Zodra de inhoud van je maag de dunne darm binnenkomt, wordt er bicarbonaat toegevoegd om de zuurgraad te neutraliseren. Bij deze pH werken de enzymen in de dunne darm het best. Op deze manier worden de verschillende zuurgraden in je lichaam door het lichaam zelf beheerst. Als je een zeer zuur of alkalisch maaltijd eet, zal je lichaam gewoon meer of minder spijsverteringssappen toevoegen, zodat de benodigde zuurgraad wordt bereikt (2,3).

Tenslotte de derde overtuiging; dat voedsel zou fermenteren of rotten in de maag. Het zou zo zijn dat als snel verterende voeding wordt gecombineerd met langzaam verterende voeding, het snel verterende voedsel zo lang in de maag blijft dat het begint te gisten. Dit gebeurt gewoonweg niet. Gisting en rotting komen voor als micro-organismes je voeding beginnen te verteren. Maar, zoals eerder vermeld, zorgt je maag voor een zodanige zuurgraad dat je voedsel als het ware gesteriliseerd wordt en er bijna geen bacterie kan overleven.

Er is echter één plek in je spijsverteringskanaal waar wel fermentatie wel voorkomt. Dit is in je dikke darm, waar biljoenen gunstige bacteriën leven. De bacteriën in je dikke darm fermenteren alle onverteerde koolhydraten zoals vezels, die niet in de dunne darm zijn afgebroken. Als afvalproducten daarvan komen gassen en korte-keten vetzuren vrij. De vetzuren die de bacteriën produceren worden in verband gebracht met gezondheidsvoordelen zoals verminderde ontsteking, betere bloedsuikerspiegels en een lager risico op dikke darmkanker. Dit betekent ook dat het niet per se iets slechts is als je merkt dat er gas ontstaat in je darmen na een maaltijd. Het kan gewoon een teken zijn dat de gunstige darmbacteriën goed te eten hebben gekregen. In dit geval is fermentatie dus iets goeds (4, 5, 6).

Voedselcombinaties en afvallen
Naast deze 3 theorieën zou ook overgewicht kunnen ontstaan door een onjuist gebruik van voedselcombinaties. Giftige afvalstoffen zouden zich in het lichaam ophopen en dat zou weer leiden tot gewichtstoename. Tot nu toe is er nog maar één goed wetenschappelijk onderzoek geweest naar het effect van de voedselcombinatietheorie op afvallen. Er werd onderzocht of een dieet dat hierop gebaseerd is een effect heeft op gewichtsverlies. Deelnemers werden in twee groepen verdeeld en kregen óf een gebalanceerd dieet óf een dieet gebaseerd op de combinatietheorie. Bij beide diëten mochten de deelnemers 1100 calorieën per dag eten. Na zes weken hadden de deelnemers in beide groepen gemiddeld 6-8 kg verloren, maar de voedselcombinatiegroep deed het niet beter dan de andere groep (1). Dit bewijs maar weer dat iemand afvalt als hij of zij minder calorieën binnenkrijgt, en niet door bepaalde voedingsmiddelen of combinaties.

Conclusie

Er is geen bewijs dat de voedselcombinatietheorie enige voordelen heeft voor je spijsverteringsstelsel of gewicht.
Als je echter het idee hebt dat de regels van voedselcombinaties voor jou wel werken, dan moet je daar zeker mee doorgaan. Als jouw voedingsgewoonten jou een goed gevoel geven dan hoef je er niets aan te doen. Maar voor veel mensen kunnen de ingewikkelde regels die hiermee gepaard gaan overweldigend en heel moeilijk uitvoerbaar zijn.

Bronnen

  1. Golay A, et al. Similar weight loss with low-energy food combining or balanced diets. Int J Obes Relat Metab Disord.24(4):492-6.
  2. Rolfes SR, et al. Normal and clinical nutrition. 9theditition. P.67-188.
  3. Schubert ML. 2015. Functional anatomy and physiology of gastric secretion. Curr Opin Gastroenterol. 32 (6); 479-85.
  4. Russel WR, et al. Colonic bacterial metabolites and human health. 16(3); 246-54.
  5. Kimura I. 2014. Host energy regulation via SCFAs receptors, as dietary nutrition sensors, by gut microbiotica. Yakugaku Zasshi. 134(10):1037-42.
  6. Wong JM, et al. Colonic health: fermentation and short chain fatty acids. J Clin Gastroenterol. 40(3):235-43.

 

gewichtsconsulenten kookt wetenschappelijk blog
  • Deel dit artikel:

Voedselcombinatie theorieën, zin of onzin?

Voorstanders van voedselcombinatiediëten geloven dat verkeerde voedselcombinaties kunnen leiden tot ziektes, de opbouw van gifstoffen en stofwisselingsproblemen. Maar is dit zo?

De theorie achter de voedselcombinatietheorie
De voedselcombinatietheorie gaat uit van de gedachte dat de stofwisseling verstoord raakt door de verkeerde combinatie voedingsmiddelen. De principes van de leer kwamen oorspronkelijk uit de Ayurvedische geneeskunde uit India. De voedselcombinatietheorie werd later weer nieuw leven ingeblazen, met het Hay-dieet. Sindsdien zijn er vele moderne diëten op gebaseerd zoals “Een leven lang fit” en het Montignac dieet. Bij deze diëten worden voedingsmiddelen ingedeeld in verschillende groepen. Meestal bestaat de verdeling uit de verschillende macronutriënten koolhydraten, eiwitten en vetten. Een variant hiervan deelt alle voeding in onder zuur, alkalisch (basisch) of neutraal. Voedselcombinatiediëten geven aan hoe je deze groepen in een maaltijd zou moeten combineren.

Afhankelijk van welke voedselcombinatie theorie je aanhoudt, verschillen de regels. De meest voorkomende zijn;

  • Combineer koolhydraten niet met eiwitten.
  • Combineer koolhydraten niet met zuurvormende voeding
  • Combineer de verschillende soorten eiwitten niet met elkaar.
  • Combineer eiwitten niet met vetten
  • Combineer geen zure voedingsmiddelen met alkalische voedingsmiddelen

De regels voor voedselcombinaties zijn voornamelijk op drie overtuigingen gebaseerd;  
De eerste overtuiging is dat je lichaam niet goed in staat is om de verschillende soorten macronutriënten tegelijkertijd te verteren. Je lichaam zou alles beter en sneller kunnen verteren door bijvoorbeeld koolhydraten en eiwitten apart te eten.

De tweede overtuiging is dat er voor verschillende soorten voedsel verschillende enzymen nodig zijn bij de afbraak en dat die enzymen hun werk doen bij verschillende pH-waardes – ofwel zuurgraad. Het idee is, dat als twee soorten voeding verschillende pH-niveaus nodig hebben, het lichaam niet tegelijkertijd beide soorten kan afbreken.

De derde overtuiging is dat je – vanwege het feit dat verschillende soorten voeding met verschillende snelheden worden verteerd – snel verterend voedsel niet moet combineren met langzaam verterend voedsel, omdat dit zou fermenteren of rotten in je maagdarmstelsel.

Wat zegt de wetenschap?
De regels van voedselcombinaties zijn dus gebaseerd op het idee dat het lichaam niet in staat is om gemengde maaltijden te verteren. Laten we dit eens nader bekijken.

Ten eerste vindt de grootste opname van koolhydraten, eiwitten en vetten op verschillende plekken, met behulp van verschillende enzymen, plaats. Bij het kauwen zorgen de speekselklieren al voor de aanmaak van enzymen voor het verteren van koolhydraten. Als het voedsel je maag binnenkomt, wordt er o.a. maagzuur met pepsine en lipase afgegeven, waardoor de eiwit- en vetvertering opgestart wordt. Vervolgens gaat het voedsel naar de dunne darm. Daar wordt bicarbonaat afgegeven waardoor het maagzuur geneutraliseerd wordt en er worden enzymen vrij voor de vertering en opname van zowel eiwitten, vetten en koolhydraten. Oftewel; je lichaam maakt voor elke macronutriënten specifieke verteringsenzymen aan die worden vrijgegeven op verschillende plaatsen. Je lichaam zal daarom niet hoeven te kiezen tussen het verteren van eiwitten, vetten, of koolhydraten. Het is zelfs zo dat je lichaam er speciaal voor is toegerust om al die dingen tegelijk te doen. (2,3)

Daarnaast is het heel moeilijk om dit in praktijk te brengen omdat er bijna geen voedingsmiddelen zijn die maar één macronutriënten (koolhydraten, eiwitten of vetten) bevatten. Er wordt vrijwel altijd een combinatie wordt gemaakt van koolhydraten, eiwitten en vetten. Groenten en granen zoals brood bijvoorbeeld, worden gezien als koolhydraat-voedingsmiddelen maar ze bevatten ook kleine hoeveelheden eiwitten. Vlees bestaat voornamelijk uit eiwitten, maar zelfs mager vlees bevat wat vet. Zuivel bevat zowel eiwitten, vetten als koolhydraten en ga zo maar door. Je spijsverteringsstelsel zal dus bijna altijd te maken krijgen met het verteren van gemengd voedsel. 

De tweede overtuiging, dat de spijsvertering kan worden belemmerd bij het eten van de foute combinaties omdat het de verkeerde zuurgraad zou creëren voor het goed functioneren van bepaalde enzymen, is ook niet waar. De pH-waarde zegt iets over de zuurgraad, welke tussen de 0-14 kan liggen, waarbij 0 het zuurst is, 7 neutraal en 14 het meest alkalisch. Het is waar dat enzymen een pH-waarde nodig hebben om goed te kunnen werken en dat niet alle enzymen in het spijsverteringsstelsel dezelfde pH nodig hebben. Maar omdat de grootste opname van koolhydraten, eiwitten en vetten op verschillende plekken en met verschillende enzymen plaats vinden hoeft je lichaam dus niet te zorgen voor een zure én basische omgeving op één plek.

Daarnaast zal het eten van voeding die meer alkalisch (basisch) of zuur is, de pH van je spijsverteringsstelsel niet significant veranderen. Je lichaam heeft verscheidene manieren om de pH van elk deel van je spijsverteringskanaal binnen het juiste bereik te houden. Je maag bijvoorbeeld produceert maagzuur om zo tot een pH-waarde van onder de 2 te komen ter bevordering van de enzymen en om schadelijke bacteriën te doden. De zuurgraad in je maag is zo laag, dat de enige reden dat je maagwand zelf niet kapot gaat, omdat die wordt beschermd door een dikke slijmlaag. Zodra de inhoud van je maag de dunne darm binnenkomt, wordt er bicarbonaat toegevoegd om de zuurgraad te neutraliseren. Bij deze pH werken de enzymen in de dunne darm het best. Op deze manier worden de verschillende zuurgraden in je lichaam door het lichaam zelf beheerst. Als je een zeer zuur of alkalisch maaltijd eet, zal je lichaam gewoon meer of minder spijsverteringssappen toevoegen, zodat de benodigde zuurgraad wordt bereikt (2,3).

Tenslotte de derde overtuiging; dat voedsel zou fermenteren of rotten in de maag. Het zou zo zijn dat als snel verterende voeding wordt gecombineerd met langzaam verterende voeding, het snel verterende voedsel zo lang in de maag blijft dat het begint te gisten. Dit gebeurt gewoonweg niet. Gisting en rotting komen voor als micro-organismes je voeding beginnen te verteren. Maar, zoals eerder vermeld, zorgt je maag voor een zodanige zuurgraad dat je voedsel als het ware gesteriliseerd wordt en er bijna geen bacterie kan overleven.

Er is echter één plek in je spijsverteringskanaal waar wel fermentatie wel voorkomt. Dit is in je dikke darm, waar biljoenen gunstige bacteriën leven. De bacteriën in je dikke darm fermenteren alle onverteerde koolhydraten zoals vezels, die niet in de dunne darm zijn afgebroken. Als afvalproducten daarvan komen gassen en korte-keten vetzuren vrij. De vetzuren die de bacteriën produceren worden in verband gebracht met gezondheidsvoordelen zoals verminderde ontsteking, betere bloedsuikerspiegels en een lager risico op dikke darmkanker. Dit betekent ook dat het niet per se iets slechts is als je merkt dat er gas ontstaat in je darmen na een maaltijd. Het kan gewoon een teken zijn dat de gunstige darmbacteriën goed te eten hebben gekregen. In dit geval is fermentatie dus iets goeds (4, 5, 6).

Voedselcombinaties en afvallen
Naast deze 3 theorieën zou ook overgewicht kunnen ontstaan door een onjuist gebruik van voedselcombinaties. Giftige afvalstoffen zouden zich in het lichaam ophopen en dat zou weer leiden tot gewichtstoename. Tot nu toe is er nog maar één goed wetenschappelijk onderzoek geweest naar het effect van de voedselcombinatietheorie op afvallen. Er werd onderzocht of een dieet dat hierop gebaseerd is een effect heeft op gewichtsverlies. Deelnemers werden in twee groepen verdeeld en kregen óf een gebalanceerd dieet óf een dieet gebaseerd op de combinatietheorie. Bij beide diëten mochten de deelnemers 1100 calorieën per dag eten. Na zes weken hadden de deelnemers in beide groepen gemiddeld 6-8 kg verloren, maar de voedselcombinatiegroep deed het niet beter dan de andere groep (1). Dit bewijs maar weer dat iemand afvalt als hij of zij minder calorieën binnenkrijgt, en niet door bepaalde voedingsmiddelen of combinaties.

Conclusie

Er is geen bewijs dat de voedselcombinatietheorie enige voordelen heeft voor je spijsverteringsstelsel of gewicht.
Als je echter het idee hebt dat de regels van voedselcombinaties voor jou wel werken, dan moet je daar zeker mee doorgaan. Als jouw voedingsgewoonten jou een goed gevoel geven dan hoef je er niets aan te doen. Maar voor veel mensen kunnen de ingewikkelde regels die hiermee gepaard gaan overweldigend en heel moeilijk uitvoerbaar zijn.

Bronnen

  1. Golay A, et al. Similar weight loss with low-energy food combining or balanced diets. Int J Obes Relat Metab Disord.24(4):492-6.
  2. Rolfes SR, et al. Normal and clinical nutrition. 9theditition. P.67-188.
  3. Schubert ML. 2015. Functional anatomy and physiology of gastric secretion. Curr Opin Gastroenterol. 32 (6); 479-85.
  4. Russel WR, et al. Colonic bacterial metabolites and human health. 16(3); 246-54.
  5. Kimura I. 2014. Host energy regulation via SCFAs receptors, as dietary nutrition sensors, by gut microbiotica. Yakugaku Zasshi. 134(10):1037-42.
  6. Wong JM, et al. Colonic health: fermentation and short chain fatty acids. J Clin Gastroenterol. 40(3):235-43.

 

gewichtsconsulenten kookt wetenschappelijk blog
  • Deel dit artikel:

Voedselcombinatie theorieën, zin of onzin?

Voorstanders van voedselcombinatiediëten geloven dat verkeerde voedselcombinaties kunnen leiden tot ziektes, de opbouw van gifstoffen en stofwisselingsproblemen. Maar is dit zo?

De theorie achter de voedselcombinatietheorie
De voedselcombinatietheorie gaat uit van de gedachte dat de stofwisseling verstoord raakt door de verkeerde combinatie voedingsmiddelen. De principes van de leer kwamen oorspronkelijk uit de Ayurvedische geneeskunde uit India. De voedselcombinatietheorie werd later weer nieuw leven ingeblazen, met het Hay-dieet. Sindsdien zijn er vele moderne diëten op gebaseerd zoals “Een leven lang fit” en het Montignac dieet. Bij deze diëten worden voedingsmiddelen ingedeeld in verschillende groepen. Meestal bestaat de verdeling uit de verschillende macronutriënten koolhydraten, eiwitten en vetten. Een variant hiervan deelt alle voeding in onder zuur, alkalisch (basisch) of neutraal. Voedselcombinatiediëten geven aan hoe je deze groepen in een maaltijd zou moeten combineren.

Afhankelijk van welke voedselcombinatie theorie je aanhoudt, verschillen de regels. De meest voorkomende zijn;

  • Combineer koolhydraten niet met eiwitten.
  • Combineer koolhydraten niet met zuurvormende voeding
  • Combineer de verschillende soorten eiwitten niet met elkaar.
  • Combineer eiwitten niet met vetten
  • Combineer geen zure voedingsmiddelen met alkalische voedingsmiddelen

De regels voor voedselcombinaties zijn voornamelijk op drie overtuigingen gebaseerd;  
De eerste overtuiging is dat je lichaam niet goed in staat is om de verschillende soorten macronutriënten tegelijkertijd te verteren. Je lichaam zou alles beter en sneller kunnen verteren door bijvoorbeeld koolhydraten en eiwitten apart te eten.

De tweede overtuiging is dat er voor verschillende soorten voedsel verschillende enzymen nodig zijn bij de afbraak en dat die enzymen hun werk doen bij verschillende pH-waardes – ofwel zuurgraad. Het idee is, dat als twee soorten voeding verschillende pH-niveaus nodig hebben, het lichaam niet tegelijkertijd beide soorten kan afbreken.

De derde overtuiging is dat je – vanwege het feit dat verschillende soorten voeding met verschillende snelheden worden verteerd – snel verterend voedsel niet moet combineren met langzaam verterend voedsel, omdat dit zou fermenteren of rotten in je maagdarmstelsel.

Wat zegt de wetenschap?
De regels van voedselcombinaties zijn dus gebaseerd op het idee dat het lichaam niet in staat is om gemengde maaltijden te verteren. Laten we dit eens nader bekijken.

Ten eerste vindt de grootste opname van koolhydraten, eiwitten en vetten op verschillende plekken, met behulp van verschillende enzymen, plaats. Bij het kauwen zorgen de speekselklieren al voor de aanmaak van enzymen voor het verteren van koolhydraten. Als het voedsel je maag binnenkomt, wordt er o.a. maagzuur met pepsine en lipase afgegeven, waardoor de eiwit- en vetvertering opgestart wordt. Vervolgens gaat het voedsel naar de dunne darm. Daar wordt bicarbonaat afgegeven waardoor het maagzuur geneutraliseerd wordt en er worden enzymen vrij voor de vertering en opname van zowel eiwitten, vetten en koolhydraten. Oftewel; je lichaam maakt voor elke macronutriënten specifieke verteringsenzymen aan die worden vrijgegeven op verschillende plaatsen. Je lichaam zal daarom niet hoeven te kiezen tussen het verteren van eiwitten, vetten, of koolhydraten. Het is zelfs zo dat je lichaam er speciaal voor is toegerust om al die dingen tegelijk te doen. (2,3)

Daarnaast is het heel moeilijk om dit in praktijk te brengen omdat er bijna geen voedingsmiddelen zijn die maar één macronutriënten (koolhydraten, eiwitten of vetten) bevatten. Er wordt vrijwel altijd een combinatie wordt gemaakt van koolhydraten, eiwitten en vetten. Groenten en granen zoals brood bijvoorbeeld, worden gezien als koolhydraat-voedingsmiddelen maar ze bevatten ook kleine hoeveelheden eiwitten. Vlees bestaat voornamelijk uit eiwitten, maar zelfs mager vlees bevat wat vet. Zuivel bevat zowel eiwitten, vetten als koolhydraten en ga zo maar door. Je spijsverteringsstelsel zal dus bijna altijd te maken krijgen met het verteren van gemengd voedsel. 

De tweede overtuiging, dat de spijsvertering kan worden belemmerd bij het eten van de foute combinaties omdat het de verkeerde zuurgraad zou creëren voor het goed functioneren van bepaalde enzymen, is ook niet waar. De pH-waarde zegt iets over de zuurgraad, welke tussen de 0-14 kan liggen, waarbij 0 het zuurst is, 7 neutraal en 14 het meest alkalisch. Het is waar dat enzymen een pH-waarde nodig hebben om goed te kunnen werken en dat niet alle enzymen in het spijsverteringsstelsel dezelfde pH nodig hebben. Maar omdat de grootste opname van koolhydraten, eiwitten en vetten op verschillende plekken en met verschillende enzymen plaats vinden hoeft je lichaam dus niet te zorgen voor een zure én basische omgeving op één plek.

Daarnaast zal het eten van voeding die meer alkalisch (basisch) of zuur is, de pH van je spijsverteringsstelsel niet significant veranderen. Je lichaam heeft verscheidene manieren om de pH van elk deel van je spijsverteringskanaal binnen het juiste bereik te houden. Je maag bijvoorbeeld produceert maagzuur om zo tot een pH-waarde van onder de 2 te komen ter bevordering van de enzymen en om schadelijke bacteriën te doden. De zuurgraad in je maag is zo laag, dat de enige reden dat je maagwand zelf niet kapot gaat, omdat die wordt beschermd door een dikke slijmlaag. Zodra de inhoud van je maag de dunne darm binnenkomt, wordt er bicarbonaat toegevoegd om de zuurgraad te neutraliseren. Bij deze pH werken de enzymen in de dunne darm het best. Op deze manier worden de verschillende zuurgraden in je lichaam door het lichaam zelf beheerst. Als je een zeer zuur of alkalisch maaltijd eet, zal je lichaam gewoon meer of minder spijsverteringssappen toevoegen, zodat de benodigde zuurgraad wordt bereikt (2,3).

Tenslotte de derde overtuiging; dat voedsel zou fermenteren of rotten in de maag. Het zou zo zijn dat als snel verterende voeding wordt gecombineerd met langzaam verterende voeding, het snel verterende voedsel zo lang in de maag blijft dat het begint te gisten. Dit gebeurt gewoonweg niet. Gisting en rotting komen voor als micro-organismes je voeding beginnen te verteren. Maar, zoals eerder vermeld, zorgt je maag voor een zodanige zuurgraad dat je voedsel als het ware gesteriliseerd wordt en er bijna geen bacterie kan overleven.

Er is echter één plek in je spijsverteringskanaal waar wel fermentatie wel voorkomt. Dit is in je dikke darm, waar biljoenen gunstige bacteriën leven. De bacteriën in je dikke darm fermenteren alle onverteerde koolhydraten zoals vezels, die niet in de dunne darm zijn afgebroken. Als afvalproducten daarvan komen gassen en korte-keten vetzuren vrij. De vetzuren die de bacteriën produceren worden in verband gebracht met gezondheidsvoordelen zoals verminderde ontsteking, betere bloedsuikerspiegels en een lager risico op dikke darmkanker. Dit betekent ook dat het niet per se iets slechts is als je merkt dat er gas ontstaat in je darmen na een maaltijd. Het kan gewoon een teken zijn dat de gunstige darmbacteriën goed te eten hebben gekregen. In dit geval is fermentatie dus iets goeds (4, 5, 6).

Voedselcombinaties en afvallen
Naast deze 3 theorieën zou ook overgewicht kunnen ontstaan door een onjuist gebruik van voedselcombinaties. Giftige afvalstoffen zouden zich in het lichaam ophopen en dat zou weer leiden tot gewichtstoename. Tot nu toe is er nog maar één goed wetenschappelijk onderzoek geweest naar het effect van de voedselcombinatietheorie op afvallen. Er werd onderzocht of een dieet dat hierop gebaseerd is een effect heeft op gewichtsverlies. Deelnemers werden in twee groepen verdeeld en kregen óf een gebalanceerd dieet óf een dieet gebaseerd op de combinatietheorie. Bij beide diëten mochten de deelnemers 1100 calorieën per dag eten. Na zes weken hadden de deelnemers in beide groepen gemiddeld 6-8 kg verloren, maar de voedselcombinatiegroep deed het niet beter dan de andere groep (1). Dit bewijs maar weer dat iemand afvalt als hij of zij minder calorieën binnenkrijgt, en niet door bepaalde voedingsmiddelen of combinaties.

Conclusie

Er is geen bewijs dat de voedselcombinatietheorie enige voordelen heeft voor je spijsverteringsstelsel of gewicht.
Als je echter het idee hebt dat de regels van voedselcombinaties voor jou wel werken, dan moet je daar zeker mee doorgaan. Als jouw voedingsgewoonten jou een goed gevoel geven dan hoef je er niets aan te doen. Maar voor veel mensen kunnen de ingewikkelde regels die hiermee gepaard gaan overweldigend en heel moeilijk uitvoerbaar zijn.

Bronnen

  1. Golay A, et al. Similar weight loss with low-energy food combining or balanced diets. Int J Obes Relat Metab Disord.24(4):492-6.
  2. Rolfes SR, et al. Normal and clinical nutrition. 9theditition. P.67-188.
  3. Schubert ML. 2015. Functional anatomy and physiology of gastric secretion. Curr Opin Gastroenterol. 32 (6); 479-85.
  4. Russel WR, et al. Colonic bacterial metabolites and human health. 16(3); 246-54.
  5. Kimura I. 2014. Host energy regulation via SCFAs receptors, as dietary nutrition sensors, by gut microbiotica. Yakugaku Zasshi. 134(10):1037-42.
  6. Wong JM, et al. Colonic health: fermentation and short chain fatty acids. J Clin Gastroenterol. 40(3):235-43.

 

  • Deel dit recept: